31 October 2008

Blood Red Shoes nog lang niet klaar met Nederland!

Als er één band is die het afgelopen jaar veel te zien is geweest in Nederland is het wel Blood Red Shoes. Behalve festivals als London Calling, Pinkpop en Lowlands stonden ze ook al in menig poppodium. Van overkill is echter geen sprake, zeker getuige de uitverkochte zaal. Blood Red Shoes is gewoon zo'n band die je een keer live gezien moet hebben, en dus staat er weer een zaal gespannen op ze te wachten.

Het voorprogramma van de avond is het Britse Xcerts. Het trio zet een energiek optreden neer, maar krijgt met hun mix van emo en britpop het publiek niet echt mee: een lot dat wel meer voorprogramma's ondergaan hebben. De zanger doet erg sympathiek aan: hij bedankt het publiek keer op keer dat ze nu al zijn gekomen en lijkt het erg naar zijn zin te hebben. Het is dan ook de eerste keer dat ze op het vasteland van Europa spelen, en dat maakt schijnbaar een grote indruk op de heren. Indruk op het publiek maken ze met hun laatste nummer. Steven, de drummende helft van Blood Red Shoes, komt namelijk het podium opgelopen om hierbij een stukje mee te drummen. Het zorgt voor een vlammend einde van de korte set, dat Steven net even iets te lang rekt: hij stopt te laat met drummen, tot vermaak van de leden van Xcerts.

Het overgrote merendeel van de zaal heeft Blood Red Shoes dit jaar al gezien, de meeste waarschijnlijk zelfs meerdere keren. Aan Blood Red Shoes dus om de show toch spannend te houden en te zorgen dat iedereen een volgende keer weer terug komt. Om het interessant te houden, spelen ze al drie nieuwe nummers. De nummers zijn weinig vernieuwend en zouden zo op hun debuutalbum 'Box of Secrets' kunnen staan. Het publiek dat vanavond in Tivoli verzameld is lijkt dat niet te kunnen schelen, ze zijn de oude nummers nog lang niet moe en de nieuwe nummers worden dan ook met gejuich onthaald. Als het nog werkt, waarom zou je er dan iets aan veranderen?

In de huiskamersfeer die wordt opgewekt door twee staande lampen op het podium, wordt een set van 11 nummers afgewerkt. Laura-Mary en Steven hebben er zin in, en het publiek ook. De eerste stagedivers staan dan ook al snel op het podium. Steven wil er meer zien, de security niet, en dus is ook snel weer afgelopen met stagediven. Vooral Steven zoekt het contact met het publiek, al willigt hij een verzoekje om 'Stitch Me Back' niet in. Het duurt iets langer voor Laura-Mary ook een beetje los komt, maar deze keer is al veel vaker een glimlach op haar gezicht te zien dan toen ik ze zag in Doornroosje eerder dit jaar.

Een reden waarom Laura-Mary zich een beetje inhoudt, lijkt een verkoudheid te zijn. Tussen de nummers door loopt ze een beetje te hoesten. Het is echter niet terug te horen in de nummers. Zeker tijdens afsluiter 'ADHD' weet ze het publiek ervan te overtuigen dat er niet mis is met haar stem. 'I can't concentrate on anything at all!' schreeuwt ze de dan kolkende zaal toe, waar stagedivers inmiddels ook weer hun kans grijpen.

Voordat 'ADHD' als tweede encore wordt gespeeld, weet Blood Red Shoes nog te verrassen door een instrumentenwissel: Laura-Mary neemt plaats achter de drums en Steven laat zien dat hij ook gitaar kan spelen. Oké, hij is geen Jack White om het cliché maar meteen uit de kast te halen, maar het klinkt wel goed. En ook heel anders dan de rest van de nummers van het duo.

En dan komt er toch weer een einde aan het optreden van Blood Red Shoes. Zonder veel variatie en vernieuwends in de nummers zelf weten ze toch de aandacht van het publiek erbij te houden en toveren ze iedere zaal om in een kolkende, feestende mensenmassa. Blood Red Shoes is nog lang niet klaar met Nederland!

28 October 2008

The Pigeon Detectives op herhaling

Eerder dit jaar stonden ze al in een uitverkochte Melkweg en op Lowlands; vandaag en morgen zijn ze weer in ons land. In Utrecht vindt de start van de Europese tour van de Pigeon Detectives plaats, en je krijgt wat je van ze verwacht: de halve zaal staat op z'n kop en de slipjes en crowdsurfers vliegen door de lucht. De show heeft alleen wel erg veel weg van die in de Melkweg eerder dit jaar.

Het gebeurt niet vaak dat ik uitkijk naar het voorprogramma, maar vandaag is dat toch echt het geval. De band die vanavond mag openen komt namelijk, net zoals ik, uit Nijmegen. Nou ben ik normaal gesproken niet zo van het hele 'Support your local scene' gebeuren, maar over deze band heb ik zoveel positieve dingen gehoord dat ik het niet langer kan uitstellen ze een keer live te zien. De band waar ik het hier over heb is de Staat. Ze kregen het al voor elkaar om zonder een album, laat staan een EP of single, uitgebracht te hebben, het voorprogramma van dEUS in Engeland te mogen verzorgen (schijnbaar door het uitdelen van een button aan Tom Barman op Lowlands). Je hoort dan ook van alle kanten dat deze band wel eens heel groot zou kunnen worden. Na vanavond moet ik zeker beamen dat ze de potentie hebben. De donkere gitaargeoriënteerde rock van de Staat past beter bij dEUS dan bij the Pigeon Detectives, maar frontman Torre Florim weet met een overtuigend optreden toch het publiek voor zich te winnen. Op het laatste nummer van de set 'Wait for Evolution' wordt zelfs gedanst.

Maar daar komt het publiek vanavond niet voor, iedereen wil Pigeon Detectives (om maar eens even een songtitel te misbruiken). Het tweede album van de jongens 'Emergency', dat eerder dit jaar uitkwam, werd niet zo goed ontvangen als hun debuutalbum. Dat, en het feit dat dit jaar al eerder te zien waren in Nederland en nog in de Melkweg zullen spelen, heeft ervoor gezorgd dat ze zaal niet uitverkocht is. Op de voorste rijen is daar echter weinig van te merken: vanaf het eerste nummer gaat het publiek los en komt het niet meer stil te staan voordat zanger Matt Bowman dat ook doet (en dat doet hij niet vaak). Matt maakt er echte show van: het merendeel van de flesjes water belandt over het publiek, en de microfoon ziet alle kanten van het podium. Nu ¡Forward,Russia! gestopt is, is Matt waarschijnlijk kampioen in het microfoon gooien, al weet hij wel een paar keer te missen.

Dit trucje, en de hele stage performance van Matt lijkt jammer genoeg wel een routine te zijn geworden. Alles lijkt een exacte kopie te zijn van wat ze eerder dit jaar in de Melkweg deden, en er blijft weinig ruimte over voor spontaniteit. Gezien het enthousiasme van het publiek werkt dit trucje nu nog, maar hoe lang duurt het voor het echt gaat vervelen?

Nadat er bijna een uur voorbij is gegaan, verklaart zanger Matt dat ze nog nooit zo lang hebben gespeeld. Toegegeven, een setlist van wel 21 nummers is behoorlijk indrukwekkend; het afwerken van die lijst in iets meer dan een uur wat minder. Maar dat is misschien ook wel de kracht van Pigeon Detectives: korte, maar energieke en catchy nummers. Met deze setlist zal iedereen zijn of haar favoriete nummer wel voorbij hebben horen komen. Hoogtepunten blijven de nummers ‘Take Her Back’ en ‘I Found Out’ van het album ‘Wait For Me’, die massaal worden meegezongen en waarop menig crowdsurfer zijn/haar kans waagt.

The Pigeon Detectives doen wat je van ze verwacht: ze maken er een feestje van, de vraag is alleen hoe vaak je ditzelfde feestje kunt herhalen voor de feestvreugde voorbij is.

21 October 2008

Franse invasie in Nijmegen

M83 is een naam die je misschien niet veel zegt. Daar zal de komende tijd echter verandering in gaan komen. Behalve met het geweldige album 'Saturdays = Youth', hebben ze zichzelf namelijk ook in de schijnwerpers weten te zetten door het voorprogramma van Kings Of Leon te mogen verzorgen tijdens de komende tour in december. Het zal echter moeilijk zijn geweest om een band te vinden die een groter contrast vormt met Kings Of Leon dan de Franse band die toch voornamelijk electronica/shoegaze muziek maakt. Het zal in deze dan ook vooral de kwaliteit zijn de doorslag heeft gegeven.

De avond wordt geopend door het Belgische Yuko. De 4-koppige band speelt een soort rustige, herfstachtige muziek waar een frisse bries door waait die vanavond nog meer tot leven wordt geroepen door de airco die dankzij de nogal lege zaal goed te voelen is. Het draagt echter alleen maar bij aan het gevoel dat de muziek teweeg brengt. Wat betreft de muziek die ze maken zijn ze zeker niet uniek, de manier waarop weet echter wel de aandacht te trekken. Een keur aan 'instrumenten' passeert de revue. Wat te denken van een zaag, een koffiemolen of een stuk piepschuim? 'Do It Yourself' krijgt een bij de Belgen een hele nieuwe betekenis. Al met al laat de band een goede indruk achter, en is zeker het beluisteren nog eens waard.

Na de Belgische band, een band die nog iets verder uit het zuiden komt: M83. Nou ja, band, officieel bestaat M83 alleen uit Anthony Gonzalez, maar live wordt hij bijgestaan door een zangeres/toetseniste, gitarist en drummer. Zelf staat hij achter de knoppen (of in zijn geval een soort van doorzichtige 'Black Box'), zingt en speelt een akkoordje mee op gitaar. M83 heeft alweer 5 albums op zijn naam staan waarvan de laatste, 'Saturdays = Youth', eerder dit jaar uitkwam. Genoeg materiaal dus een avond mee te vullen.

Veel nummers die Anthony en consorten ten gehore brengen zijn afkomstig van het laatste album, zo komen de singles 'Kim & Jessie' en 'Graveyard Girl' voorbij. De oudere albums worden echter niet vergeten en komen ook voorbij. Ik moet hierbij jammer genoeg bekennen dat ik eigenlijk alleen het laatste album echt ken, dus bekend klinkt het voor mij niet. Overtuigend echter wel.

Behalve variatie in de verschillende albums, wordt ook gewisseld in het tempo. Rustige nummers waarbij je het liefst met je ogen dicht zou willen gaan staan wegdromen worden afgewisseld met dansbare up-tempo nummers die live wel iets weg lijken te hebben van een band als Cut Copy. Een voorbeeld daarvan is het nummer 'Couleurs' dat live tot grote hoogten stijgt. Dat hebben veel nummers in deze set: net dat beetje extra waardoor ze live beter tot hun recht komen dan op de plaat. Hoogtepunt wat dat betreft is het nummer 'Skin of the Night'. Het is weer een van de rustigere nummers, en duidelijk een van de favorieten van het publiek.

Als je Anthony iets zou moeten verwijten is het misschien dat hij vrij weinig contact maakt met het publiek. Maar dat is eigenlijk ook niet nodig: hij maakt contact door middel van zijn muziek. Toch weet hij het gebrek aan direct contact aan het einde van het concert goed te maken door het publiek met vele buigingen oprecht te bedanken voor haar aanwezigheid en enthousiasme. Wie durft hierna nog te beweren dat electronica kil is? En nu maar hopen dat ze snel weer terug naar Nederland komen, hopelijk samen met Kings of Leon.

3 October 2008

Haal je glowsticks maar weer tevoorschijn: Klaxons zijn terug!

Ze zijn er even tussenuit geweest om aan hun nieuwe album te werken, maar gisteren stonden de mannen van Klaxons voor het eerst sinds lange tijd weer in Nederland op het podium. Na het succes van hun debuutalbum ‘Myths of the Near Future’ en het bijna legendarische concert dat ze eerder in Paradiso gaven zijn de verwachtingen erg hooggespannen. Jammergenoeg weet niet de band, maar de zaal voor het grootste avontuur van de avond te zorgen.

Klaxons speelt namelijk in Watt, het nieuwe poppodium in Rotterdam. In korte tijd heeft Watt zich al op de kaart weten te zetten door behalve Klaxons ook grote namen als Franz Ferdinand, Elbow, en nu ook London Calling on Tour binnen te halen. Erg indrukwekkend allemaal, maar helaas valt de zaal in het echt wel wat tegen. Het begint al bij het binnen komen. Bij Watt geldt een leeftijdsgrens, je moet 18 zijn om binnen te komen. Als je jonger bent, mag je alleen onder begeleiding van een ouder iemand naar binnen, wat er weer toe leidt dat toch iedereen naar binnen mag. De controle lijkt alleen voor wat oponthoud bij de deur te leiden. Eenmaal voorbij de leeftijdscontrole, kom je bij de volgende controle aan: tassencontrole. En als je dat al een beetje ver vindt gaan staat je nog wat te wachten als je daarna ook nog eens gefouilleerd wordt. Het enige voordeel van al deze controles lijkt te zijn dat iedereen zo langzaam naar binnen druppelt dat er geen rij bij de garderobe ontstaat. Bij Klaxons is het aantal mensen dat op deze manier naar probeert te komen nog vrij beperkt aangezien de band in de Basement speelt. Toch duurt het een uur voor iedereen daadwerkelijk in de zaal staat; dat belooft wat voor Franz Ferdinand eind november.

Uiteindelijk staat iedereen dan toch in de Basement (wat ook echt een kelder blijkt te zijn inclusief steile trap en verwarmingsbuizen in het plafond) en kunnen Klaxons eindelijk beginnen. Verschillende mensen staan al met hun glowsticks in de aanslag, maar het aantal blijft deze keer zeer bescheiden. Zodra de mannen van Klaxons beginnen te spelen ontploft het voorste gedeelte van de zaal. De tweedeling waarbij alleen het voorste deel van de zaal helemaal los gaat blijft voor de rest van de show gehandhaafd. Af en toe vliegt er een glowstick door de lucht, maar de regen van neon van het Paradiso concert lijkt een mythe van het verleden te worden.

Het concert werd aangekondigd als een try-out voor het nieuwe materiaal van het album dat in 2009 uit zou moeten komen. Het nieuwe album zou een heel nieuw geluid ten tonele brengen, Klaxons zou willen breken met de sound van het vorige album. De set bevat slechts twee van deze nieuwe nummers, die toch erg in lijn lijken te liggen met de nummers van ‘Myths of the Near Future’. Er zijn na het debuutalbum bijna 2 jaar voorbij gegaan, dus er is wel enige vorm van ontwikkeling te horen in de nummers, maar of die ontwikkeling in de goede richting gaat is maar de vraag. De nummers klinken net iets gemakkelijker en meer mainstream dan de nummers van de debuutplaat: de neonglowstickglans lijkt ervan af. Gelukkig voor Klaxons was het grootste deel van het publiek ook over de glowsticks heen.

De rest van de set bestaat uit de hits van het vorige album, en dat staat natuurlijk gegarandeerd voor een feestje. Als de gierende synths van ‘Atlantis to Interzone’ al bij het tweede nummer inzetten weet je dat je voor in de zaal geen moment meer stil zal kunnen staan. Alle nummers komen voorbij: bij ‘Golden Skans’ wordt voluit meegezongen en ‘Magick’ en ‘Gravity’s Rainbow’ kunnen ook op het nodige enthousiasme rekenen.

Omdat ze gewoonweg een aantal instant hits op zak hebben weten Klaxons er een geslaagde avond van te maken. Het is echter nog maar de vraag of ze de aandacht die ze met hun eerste album hebben kunnen vergaren zonder de hype ook vast zullen kunnen houden.

2 October 2008

Golden Age for TV on the Radio aangebroken?

Het gebeurt niet vaak, maar soms komt er een album uit dat werkelijk overal goede kritieken krijgt. Een van die albums is het vorige week uitgekomen ‘Dear Science’ van TV on the Radio, een 5-koppige band uit New York. Met zo’n geweldig album op zak moet er natuurlijk getourd worden, en ze staan dan ook op 3 december in de Melkweg. Maar om hun nieuwe album nu al wat extra in de schijnwerpers te zetten, speelden ze gisteren een exclusieve show voor 3voor12.

En dan kun je natuurlijk niet verstek laten gaan. ‘Dear Science’ wordt in vrijwel elke review de hemel in geprezen, en zelfs de woorden ‘album van het jaar’ worden al zachtjes gefluisterd. Het album is het derde album van de band uit Brooklyn. Hun muziek laat zich misschien nog het beste omschrijven als experimentele funky indie rock. De vorige twee albums konden ook al op de nodige goede kritieken rekenen, maar waren net wat donkerder en minder toegankelijk dan hun laatste meesterwerk. Reden te meer voor 3voor12 om een exclusieve showcase te organiseren voor de Nederlandse fans. De populariteit van de band, die deze week ook te gast is bij Jools Holland, blijkt wel wanneer de gastenlijst binnen luttele minuten helemaal vol is.

En dan heb je als band natuurlijk wel veel te bewijzen. Een beetje schuchter lopen de bandleden dan ook het podium van de kleine studio op. Zodra het eerste nummer ‘Love Dog’ wordt ingezet, staat de band echter als een huis. Vooral tijdens het einde van dit nummer, als het werkelijk muisstil is in de zaal, blijkt hoe de band de hele zaal kan meezuigen in hun spel.

De band werkt een gevarieerde set af, met opvallend weinig nummers van het nieuwe album. Vooral de up tempo nummers komen live goed uit de verf. Zanger Tunde Adebimpe, die toch al moeilijk stil blijkt te kunnen blijven staan, beweegt bij deze nummers op zijn eigenzinnige manier over het podium.

Een van de hoogtepunten van de set is het nummer ‘Dancing Choose’, een van de meest aanstekelijke nummers op het album. Met de potentie om dagen in je hoofd te blijven hangen steekt dit nummer van wal met een makkelijk meeklapbaar intro dat live nog niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien is het nummer nog niet bekend genoeg, of zorgen de alom aanwezige camera’s ervoor dat het publiek zich een beetje in houdt, maar ik had het gevoel dat er zeker bij dit nummer vooral wat betreft het publiek meer in had gezeten.
Tunde valt het halverwege het concert ook op dat het publiek wel erg keurig en stil is, een verwijt dat misschien wel terecht is, maar vooral als compliment voor de band op te vatten is. Wanneer lukt het een band nu nog gedurende het gehele concert de volledige aandacht van het publiek vast te houden?

De presentator van 3voor12 geeft voorafgaande aan het concert misschien wel beste de status van de band weer door te zeggen dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat je TV on the Radio in een kleine zaal zult zien. Na afloop van het concert kan ik dit alleen maar beamen.

27 August 2008

‘Hearts on fire’ voor Cut Copy

Met Lowlands achter de rug is er weer een einde gekomen aan het festivalseizoen: het clubseizoen kan weer beginnen! De echte grote namen laten nog even op zich wachten, maar goede muziek is altijd te vinden. Een voorbeeld daarvan is Cut Copy, een trio afkomstig uit Melbourne, Australië. Met hun alternatieve dance/electropop maken ze vanavond hun opwachting in een uitverkocht Rotown.

Eerder dit jaar speelden ze al in een bijna uitgestorven Paradiso. Hun nieuwe album ‘In Ghost Colours’, dat overal heel goed werd ontvangen, heeft hier vanavond echter verandering in weten te brengen: de zaal is helemaal uitverkocht. Nu is Rotown ook niet erg groot, maar er staat buiten toch al een rij voor de deuren opengaan. Voor mij is het de eerste keer dat ik in deze zaal kom, en ik moet zeggen dat ik aangenaam verrast ben. Het ziet er zowaar licht en gezellig uit, in tegenstelling tot het donkere hol wat de gemiddelde concertzaal is.

Zodra Cut Copy begint te spelen is de omgeving echter totaal niet meer belangrijk. Ze knallen er meteen in met ‘Nobody Lost, Nobody Found’ van hun laatste album en weten daarmee al een paar mensen in beweging te krijgen. Het geluid klinkt jammergenoeg een beetje schraal, vooral de gitaren, maar dat deert de Aussies niet. Waar de geluidsinstallatie faalt, geven de drie heren (live overigens bijgestaan door een vierde persoon) ter compensatie wat meer van zichzelf. Tussen de nummers door wordt het publiek opgezweept mee te dansen op de muziek, maar of dat nodig is is nog maar de vraag aangezien het iedereen de nummers van achter naar voren uit zijn/haar hoofd lijkt te kennen.

De muziek danst heerlijk weg, maar natuurlijk hebben de heren ook een aantal singles in de kast liggen die het feestgedruis naar een nog hoger niveau tillen. ‘So Haunted’ komt als eerste aan de beurt, en ook al word je bij dit nummer nog eens extra aan het wat matige gitaargeluid herinnerd, het blijft een van de hoogtepunten. Ter afwisseling speelt zanger Dan Whitford op dit nummer mee op gitaar. Dat doet de zanger overigens goed: hij blijft niet de hele tijd achter z’n knoppen staan, maar loopt geregeld over het podium en lijkt zelf ook niet stil te kunnen blijven op de muziek.

Hoe verder de setlist vordert, hoe minder mensen in staat blijken stil te blijven staan. Het publiek verandert echt in een dansende massa als Cut Copy aankondigt ‘dance music’ te gaan spelen en een nummer van het eerste album ‘Bright Like Neon Love’ inzet. Snel genoeg volgt ook publiekslieveling ‘Lights and Music’ en kan het feestje echt niet meer stuk. Ze weten zelfs nog te verbazen met een geweldige live versie van ‘Future’, een nummer van het eerste album dat op plaat aardig klinkt maar live dankzij een geweldige baslijn wordt uitgebouwd tot een waar juweeltje.

Na een klein uurtje dat werkelijk voorbij is gevlogen verlaten de heren het podium, om snel alweer terug te keren om de set waardig af te sluiten met hun huidige single ‘Hearts on Fire’. Als Dan het nummer inzet met de woorden ‘There’s something in the air tonight’ weet je dat hij gelijk heeft. Iedereen grijpt de laatste kans aan om nog even los te gaan en dan is het avondje Cut Copy echt voorbij. Lege zalen zullen ze in Nederland niet meer tegenkomen.

4 July 2008

Xavier Rudd brengt de zomer naar je toe!

Didgeridoos, gitaren, drums, djembés, mondharmonica en natuurlijk zang. Als je denkt dat ik hier een hele band beschrijf heb je het mis. Al deze instrumenten, en nog enkele meer, worden namelijk allemaal door 1 en dezelfde man bespeelt, en ook nog eens tegelijkertijd. Zo ongelooflijk als dit klinkt, is het live ook. Xavier Rudd weet Tivoli op de meest positieve manier te verrassen.

Het voorprogramma wordt verzorgd door Dearhunter. Omdat dit niet aangekondigd was, is de zaal al behoorlijk gevuld als hij opkomt, ook tot zijn eigen verrassing. Dearhunter maakt makkelijk in het gehoor liggende popliedjes, waarbij hij zichzelf begeleidt op gitaar en keyboard. Misschien zijn de nummers net iets te makkelijk, want de aandacht van het publiek weet hij, op een enkeling na, niet vast te houden. Wel weet hij nog te vertellen dat zijn eerste album in september uit zal komen.

Dan is het tijd voor de man van de avond. Gekleed alsof hij recht uit de outback komt, loopt Xavier Rudd op blote voeten het podium op. Voor hij plaats neemt achter zijn stellage van instrumenten loopt hij even langs het publiek zodat iedereen hem toch een keer goed heeft kunnen zien. Als hij dan eenmaal plaats heeft genomen, kan het feest ook beginnen. Het eerste nummer is meteen raak: didgeridoomuziek die je bijna dance zou kunnen noemen. Als je de muziek hoort vraag je je echt af hoe hij het in hemelsnaam voor elkaar krijgt om toch met gewoon 2 armen en 2 benen al dat geluid te bewerkstelligen.

Na het openingsnummer maken we even een uitstapje van de outback van Australië naar Jamaica. Reggae is namelijk een genre dat Xavier Rudd ook beheerst. Behalve reggae invloeden, zijn er ook blues/rock invloeden terug te vinden in zijn muziek, die zich vooral uiten tijdens de nummers waarin hij zijn slide guitar erbij pakt (wat kan deze man niet?). Voor ieder wat wils dus.

Omdat hij inmiddels toch wel erg veel instrumenten om zich heen heeft verzameld, wordt hij begeleid door een drummer. Hoewel de avond om Xavier Rudd draait, krijgt deze drummer ook zijn moment tijdens een drumsolo waarin hij de aandacht krijgt die hij verdient. De twee lijken elkaar perfect aan te voelen en hebben aan één blik genoeg om duidelijk te maken welke kant ze op willen met een nummer. Veel van de nummers eindigen dan ook met een tempoversnelling waar beide heren helemaal in op gaan en de zaal op uit zijn dak kan gaan.

Iedereen die aanwezig is in Tivoli lijkt te genieten van het geweldige optreden, Xavier Rudd zelf misschien nog wel het meest. Bij ieder nummer is de reactie van het publiek weer overweldigend en als hij even niet zingt, didgeridoo of mondharmonica speelt is de lach dan ook niet van zijn gezicht te krijgen. Een toegift kan dan natuurlijk niet uitblijven, en dan wil je ook iets speciaals doen. Zonder zijn arsenaal aan instrumenten, met ‘slechts’ zijn gitaar, begint Xavier aan zijn toegift. Ook zonder alle poespas weet Xavier zijn nummers neer te zetten. De afsluiter van de set moet een nummer worden waar nog een banjospeler bij wordt gehaald, een instrument dat we nog niet hadden gezien. Ook hier geeft Xavier even de spotlight aan een ander, wat weer volkomen terecht blijkt te zijn. Verschillende keren lijken ze aan het einde van het nummer te zijn gekomen, maar iedere keer komt er weer een tempoversnelling en gaat nummer, gelukkig, weer verder. Als er dan uiteindelijk toch een einde aan komt, heeft Xavier nog een plannetje. De drummer is al bijna weggelopen, maar wordt nog overgehaald om even te blijven zitten. Als dan even later de akkoorden van ‘Let it be’ worden ingezet, kan de avond echt niet meer stuk. Nog even lekker allemaal meezingen met de vriendelijke Aussie, van wie je na dit optreden wel moet gaan houden.

Ter afsluiting wordt het publiek na dit nummer nog op traditionele wijze bedankt door de zanger en met een geweldig applaus verlaat hij na anderhalf uur toch echt het podium.

Xavier Rudd weet met zijn geweldige spel en verrassende muziek de harten van iedereen in Tivoli te veroveren en de hele zaal waant zich voor even in het zonnige Australië. Nu kan de zomer echt gaan beginnen!

17 June 2008

Alphabeat onfascinerend in Nijmegen

Lekker makkelijk, die titel. Net als de muziek van Alphabeat. ‘We are Alphabeat, and we make pop music,’ verkondigt zanger Anders van de zeskoppige Deense band dan ook na het eerste nummer. Met een hitje op zak in de vorm van het nummer ‘Fascination’ weten ze de zaal beter dan verwacht te vullen. Het woord fascinatie blijft echter niet aan je lippen hangen in het uur dat Alphabeat in Doornroosje speelt.

Hoewel Alphabeat aardig wat aandacht heeft weten te krijgen de laatste tijd, zijn ze toch niet de grootste aandachtstrekker van de avond. Voor het voorprogramma, The Hot Stewards, is zowaar een hele cameraploeg uitgetrokken. Deze media-aandacht hebben echter niet verdiend doordat ze geweldige muziek maken: met hun overschot aan zweetbandjes en iets te strakke skinny jeans geven ze al te kennen zichzelf niet al te serieus te nemen. Nee, de heren van The Hot Stewards lijken mogelijk een van de deelnemers aan het RTL programma dat een Idols voor een rockband moet worden. Want ook staan (de waarschijnlijke presentatoren) Dennis Weening en Edwin Jansen (wie kent hem nog?) inclusief cameraploeg langs de kant te kijken. Het management van de band weet echter te vertellen dat de cameraploeg om andere redenen aanwezig is en The Hot Stewards NIKS met het programma te maken heeft.

The Hot Stewards zelf lijken van de kans gebruik te maken en maken er een feestje van in de goed gevulde zaal. Doordat ze alleen covers spelen kan de hele zaal meteen meezingen en springen, en dat gebeurd dan ook massaal. Het feesten-en-partijen-band-gehalte is echter iets te hoog om de heren serieus te nemen.

Dan de band van de avond. Voor wie ze nog niet kent: neem Scissor Sisters, doe de zang een octaaf lager, veil de scherpe randjes weg en je hebt Alphabeat. Dat de scherpe randjes missen bij deze band is op zichzelf niet slecht: dat mag bij popmuziek, maar je moet de aandacht dan wel op een andere manier zien vast te houden. Wat betreft de zang lukt dat wel. De band maakt veel gebruik van samenzang, maar de meeste nummers worden gezongen door Anders of Stine. Vooral Stine heeft een stem die goed in het gehoor ligt, en de zang is dan ook een van de sterkste punten van de band.
Wat de twee vocalisten betreft: het zal moeilijk zijn een duo met een groter contrast te vinden. Waar Stine slechts twee danspasjes lijkt te kennen (dansen met je handen naar beneden en met je handen op heuphoogte), stuitert Anders over het podium alsof de muziek hem in hogere sferen brengt. Af en toe is het gewoon verbazingwekkend dat de man nog rechtop weet te blijven staan als je hem bezig ziet.

Het optreden van Anders is jammer genoeg een van de weinige dingen die weten te fascineren. Het overmatig gebruik van synthesizers breekt de band halverwege het optreden een beetje op, en alleen de echte fans die de nummers woord voor woord kunnen meezingen gaan op in de muziek. Gelukkig voor de band is dit toch een redelijk grote groep, waardoor ze niet helemaal door het ijs zakken.
Ook tekstueel gezien mist Alphabeat de scherpte van Scissor Sisters. Ze proberen het wel even in het nummer Rubber Boots (You should always wear rubber, always wear rubber), maar verder dan een enkel woordgrapje komen ze niet.

Vooral bij de Sugababes cover ‘Push The Button’ wordt de muur van synthesizer geluid iets teveel van het goede. Voeg daaraan toe dat Stine bij dit nummer wel erg staccato zingt (als je erop gaat letten kun je je er echt enorm aan irriteren, probeer het maar eens bij Kate Nash), en je begint wel erg te verlangen naar het einde van de set. Gelukkig volgt die dan ook snel. Na een lang intro wordt eindelijk ‘Fascination’ ingezet, dat zelf niet veel langer is dan het intro. Het publiek dat de hele avond op dit nummer heeft staan te wachten krijgt eindelijk waar het op stond te wachten, en kan daarna meteen zonder toegift naar huis.

Alphabeat is leuk voor even, een single of twee.. Maar na langer dan ‘Fascination’ en nieuwe single ‘10,000 Nights’ weten ze zeker live niet te boeien.

14 May 2008

dEUS - Vantage Point

Reserveer maar een plekje bovenaan de Belgische hitlijsten: dEUS heeft weer een nieuw album uit. Vantage Point is alweer het vijfde album van de Vlaamse band, en het is de eerste keer dat een album in dezelfde bezetting werd opgenomen als het vorige album. Het album is eigenlijk iets te zwaar en donker om met dit weer op te zetten, maar toch zeker de moeite waard!

Vantage Point laat zich moeilijk vertalen in het Nederlands. Het is op te vatten als een punt of plek die een goed overzicht of perspectief biedt. Het is echter geen album waarop Tom Barman, zanger en tekstschrijver, uitgebreid terugblikt op zijn leven. Zelfreflectie komt wel aan de orde, maar ook heeft Barman kritiek op de maatschappij, vooral in afsluiter ‘Popular Culture’, en zijn er nummers zonder zware thema’s. Waren het op de vorige albums nog vooral Tom Barman en gitarist Mauro Pawlowski die de nummers schreven, op dit album zijn veel nummers door de hele band geschreven. De muziek dan, Tom Barman blijft verantwoordelijk voor de teksten.
Het album begint met het sterke nummer ‘When She Comes Down’. De gejaagde vocalen van Tom Barman zorgen ervoor dat het meteen als een typisch dEUS-nummer klinkt. In combinatie met een sterk refrein dat zorgt voor de nodige rust in het nummer is de toon voor het album meteen gezet. Het tempo blijft hoog bij het volgende nummer ‘Oh Your God’, waarin Tom Barman nog gejaagder klinkt en de gitaren de overhand krijgen. Na deze twee nummers is het tijd om wat gas terug te nemen voor ‘Eternal Woman’, waarbij dEUS wordt bijgestaan door Lies Lorquet van Mintzkov. Het nummer is een rustpunt op het album, maar zonder het momentum van de vorige twee nummers te verliezen.

Het vierde nummer ‘Favourite Game’ is het meest rock & roll van alle nummers op het album. Het begint met een drijvende bas die het hele nummer aanhoudt en het nummer lijkt aan te sturen. Vanaf het begin van het nummer voel je de spanning steeds verder opbouwen, en je voelt een grote finale aankomen. Een finale heeft het nummer, maar op het album is deze niet groots. De potentie is er echter wel om er live een geweldig nummer van te maken.

Dan volgen de twee nummers die al als single zijn uitgebracht: ‘Slow’ en ‘The Architect’. Slow is een sterk nummer met gastvocalen van Karin Dreijer Andersson van The Knife en sterke samenzang van dEUS. Het nummer klinkt net wat elektronischer dan het standaard dEUS nummer, en weet daardoor te boeien. ‘The Architect’ is wat mij betreft het beste nummer van het album. Het nummer gaat over de architect die het flatgebouw heeft bedacht, maar is ondanks dit misschien wat vreemde thema erg toegankelijk.

Na deze twee hoogtepunten van het album, zakt het album een beetje in. Bij de drie nummers die volgen is het moeilijk om je aandacht er nog bij te houden. Werd je bij de vorige nummers nog verrast door sterke refreinen of samenzang, hier lijkt dEUS te compenseren en voor een paar standaard nummers te hebben gekozen. Tekstueel gezien zijn de nummers wel sterk (‘We like the attention, but we hate to be judged’ – Is A Robot), maar zonder een goede muzikale begeleiding missen de nummers toch iets.

De afsluiter van het album ‘Popular Culture’ mag er wel weer zijn. Het nummer is een aanklacht tegen de ‘popular culture’, waar iedereen bij probeert te horen, maar waarbij wij (Belgen, Nederlanders) altijd achter lijken te lopen omdat we niet in The States wonen (‘If you don’t come from the States, you will always be late to be in popular culture’). Het feit dat juist bij dit nummer een kinderkoor wordt ingezet, geeft het nummer net dat beetje extra waardoor het een waardige afsluiter wordt.

Vantage Point is een album dat moet groeien. Na een eerste luisterbeurt springen een aantal nummers (Favourite Game, Slow, The Architect) er meteen uit, maar na het album de tijd te hebben gegeven beginnen bijna alle nummers hun eigen leven te leiden. Het is geen album om gezellig op de achtergrond op te zetten, zeker niet met dit weer, maar wel zeker een keer het beluisteren waard.

Track list ‘Vantage Point’:
1. When She Comes Down
2. Oh Your God
3. Eternal Woman
4. Favourite Game
5. Slow
6. The Architect
7. Is A Robot
8. Smokers Reflect
9. The Vanishing Of Maria Schneider
10. Popular Culture

5 May 2008

MGMT bewijst zichzelf

Twee maanden geleden stond MGMT al in de kleine zaal van Paradiso, vanavond staan ze voor een uitverkocht Doornroosje. Of ze er in die twee maanden op vooruit zijn gegaan mogen we ontdekken in een bijna anderhalf uur durende set waarin het hele album voorbij komt. En wat zijn ze gegroeid in die korte tijd!

Florence and the Machine openen voor MGMT. Zodra Florence het podium op komt gedanst in een jurk die van het bloemetjesgordijn van haar oma zou kunnen zijn gemaakt is de toon gezet. Als ze dan ook nog begint te zingen ben ik meteen verkocht. En dat is nog voor ze haar cover van het Cold War Kids nummer ‘Hospital Beds’ inzet. Het hele optreden lang danst ze over het podium en drumt ook nog wat mee. Het enthousiasme spat er van af. Aan het eind van de set geeft ze haar zelfgemaakte bloemenketting nog weg.

De zaal is goed vol als MGMT het podium opkomt. MGMT bestaat eigenlijk maar uit twee personen, maar live staan ze met z’n vijven op het podium. Ten opzichte van hun optreden in Paradiso heeft er een kleine verandering plaatsgevonden: de drummer is nu gitarist, en er is een nieuwe drummer voor in de plaats gekomen. Dit doet hun stage performance veel goed: in tegenstelling tot Andrew VanWyngarden en Ben Goldwasser gaat deze man namelijk vanaf het begin helemaal op in de muziek.

Een groot deel van het publiek lijkt te zijn afgekomen op de single ‘Time To Pretend’ die inmiddels een bescheiden hitje is geworden. De mensen die zijn afgekomen op de elektronische sound van MGMT komen echter bedrogen uit: live is MGMT een echte gitaarband. En dat maken ze vanaf het eerste nummer ‘Weekend Wars’ duidelijk. Er wordt natuurlijk uitgebreid gebruikt gemaakt van de synthesizer, maar het gitaargeweld overwint dit geluid met gemak. Behalve meer gitaren in de nummers, spelen ze ook lange intro’s en outro’s die zeker iets toevoegen aan het optreden. In Paradiso deden ze dit ook al, maar nu met de drummer op gitaar komen deze gitaarsolo’s nog meer tot hun recht.

Halverwege het optreden, als Andrew de bloemetjesketting van Florence aan zijn gitaar heeft gehangen, lijkt hij wat meer los te komen. Als dan langzaamaan ook meer mensen in het publiek gaan meebewegen op de muziek lijkt hij zich steeds zekerder te gaan voelen en begint hij ook echt op te treden in plaats van alleen muziek te maken. Hij kan zelfs lachen als hij ziet dat ‘Electric Feel’ vol overgave wordt meegezongen door een groepje meisjes voor het podium.Vooral dankzij het publiek wordt dit nummer het hoogtepunt van de set. Na dit nummer spelen ze nog een b-kant, die niet op al te veel enthousiasme kan rekenen.

Natuurlijk komen ze nog terug voor een encore, en wat voor een! Net als in Paradiso beginnen ze de encore met een instrumenten wissel. De gitarist, die in Paradiso nog drummer was, blijkt ook nog te kunnen gaan met synthesizers. Ben Goldwasser neemt voor één nummer de gitaar voor zijn rekening. Ze verrassen het publiek met een cover van Cyndi Lauper: Girls Just Wanna Have Fun. Goed, Andrew heeft een spiekbriefje nodig voor de tekst en staat met zijn rug naar het publiek te dansen, maar hij danst wel! De avond sluiten ze af met soort karaoke-versie van ‘Kids’. Twee van de drie bandleden verlaten het podium, ze zetten de achtergrond muziek aan, en Andrew en Ben zingen het nummer terwijl de gitarist/drummer/toetsenist nog een stukje meespeelt op zijn gitaar. Nu Ben naast hem staat lijkt Andrew zich eindelijk helemaal te geven, en krijgt het optreden het einde dat het verdient.

Vanaf het begin van het optreden was de sound van de band perfect, het duurde alleen even voordat ze zelf ook lieten blijken te genieten van het optreden. Met iemand als Florence in hun voorprogramma, richten ze wel de aandacht op hun, wat mij betreft, enige zwakke punt: hun stage performance. In twee maanden tijd zijn ze echter al erg gegroeid, en ik ben benieuwd hoe ver ze nog door zullen groeien.