16 April 2009

Speels debuut tUnE-YaRdS overtuigt niet

De gave om met de shift toets te spelen blijkt niet alleen te zijn voorbehouden aan 14-jarige schoolmeisjes met een lichte MSN-verslaving, zoals tUnE-YaRdS hier ten toon spreidt. En zo wordt bij het uittypen van die naam mijn gebrek aan MSN-ervaring maar weer eens benadrukt . Merrill Garbus (gewoon met twee hoofdletters), het enige lid van de band, levert met dit album haar debuut af, na er ruim 2 1/2 jaar aan gewerkt te hebben. Naar eigen zeggen heeft ze het hele album opgenomen met een voicerecorder. Om die DIY feel vast te houden heeft ze het album dan ook in eerste instantie uitgegeven op cassette (ja dames en heren, dat kan nog steeds in deze moderne tijden) en daarna als pay-what-you-like download. Wat goed uitpakte, aangezien er slechts 3 mensen waren die 1 luttele cent voor dit solo-project over hadden. De kleine 200 andere geïnteresseerden doneerden ieder zo’n 10 dollar per persoon, waardoor ze de aandacht trok van het kleine label Marriage, dat onder andere werk uitbrengt van Dirty Projectors. En dankzij dat label zal haar album deze week dan in tastbare vorm uitkomen, op vinyl.

Het album bevat haar levenservaringen van de afgelopen twee jaar. In die tijd verhuisde ze van het landelijke Merrillville (yup, Merrill uit Merrillville), via een omweg door Kenia, naar de grote stad New York, waar ze baantjes had als nanny en poppenspeelster. Genoeg ervaringen dus om een album mee te vullen. De nummers bestaan uit zang van Merrill, die zichzelf begeleidt met ukelele en drumbeats, en opgenomen geluiden die ze “om zich heen gevonden heeft” en in de nummers heeft verwerkt. Simpele nummers dus, die bijna klinken alsof je ze zelf verzonnen zou kunnen hebben. Maar ook simpele nummers kunnen interessant zijn en, belangrijker, kunnen verrassen.

Het eerste nummer op het album is het best op te vatten als een soort van introductie voor de rest van het album. ‘For You’ opent met een achteruit afgespeelde sample, waarna al snel een lieflijke melodielijn en de iets minder lieflijk aandoende zang invallen. “I’ll never leave you alone”, begint Merrill op een toon die niet suggereert dat de aangesproken persoon hier enige inspraak in heeft. Halverwege wordt het nummer plotseling onderbroken als tv programma voor de mededeling dat er een gevangene is ontsnapt; alleen is het in dit geval een slissend jongetje met de mededeling dat blueberries ‘cool’ en ‘fresh’ zijn. Het is niet een van de betere nummers van het album, maar geeft wel een goed beeld van wat je van de rest van de nummers kan verwachten: simpel opgebouwde nummers met een speelse twist.

Het tweede nummer van het album, ‘SUnlight’ (ja, we blijven spelen met de hoofdletters) klinkt al veel meer als een echt nummer. Het begint met een catchy drumbeat, waarbij de zang even later invalt, gevolgd door een baslijntje en de melodie op ukelele die het geheel compleet maakt. Ondanks de simpele opbouw is het nummer toch spannend en heeft het de neiging de hele dag in je hoofd te blijven hangen. Dit wordt vooral bewerkstelligt door het korte refrein “I could be the sunlight in your eyes/ couldn’t I?”. De zangkwaliteiten van Merrill komen in dit nummer ook meer tot hun recht: hoe verder het nummer vordert en de instrumentatie toeneemt, hoe meer ze de kans krijgt om haar stem ten toon te spreiden. Die stem komt echter pas echt tot zijn recht in het nummer ‘Hatari’, wat gevaar betekent in het Swahili, want ja, dat spreekt ze vloeiend. Het nummer is dan ook getekend door Afrikaanse invloeden, die meteen aan het begin van het nummer al duidelijk worden als ze laat horen wat ze in huis heeft en die terugkomen in de tekst, welke wisselt tussen het Swahili en Engels. Dat ze zich niet in wil houden geeft ze mooi weer in een van de laatste zinnen van het nummer: “There is a natural sound that wild things make when they're bound”.

Na dit wat zwaardere nummer volgt wat lichtere kost, zoals het vrolijk klinkende ‘News’ en het wat ingetogenere ‘Little Tiger’. Nummers die wel aardig klinken, maar net iets te simpel zijn om te blijven boeien. Een nummer dat er dan wel weer bovenuit steekt is ‘FIYA’. Ook dit nummer is weer simpel in opbouw, maar toont net dat beetje variatie en creativiteit dat de voorgaande nummers missen. Dit komt goed naar voren door het speelse “You were always on my mind” refrein midden in het nummer dat nét niet in het overbekende nummer over gaat.

Met BiRdBrAiNs laat Merrill Garbus horen dat ze in staat is te verrassen met simpele, speelse nummers. Helaas voor haar zijn er echter maar een paar nummers op haar album die na een paar keer luisteren blijven hangen en niet opgaan in de grijze massa. Het merendeel van de nummers is net iets te makkelijk en onopvallend om echt te overtuigen, en lijkt alleen te dienen als albumvulling. Maar laat dat vooral niet nummers als bijvoorbeeld ‘Sunlight’, dat het goed zou doen op een zonnige dag zoals er weer vele in het vooruitzicht liggen, in de weg staan.

6.4/10

3 April 2009

Micachu komt met sterk en fris debuut

De blogs stonden er eind vorig jaar vol mee: 2009 zou een jaar worden waarin de vrouwen weer eens de overhand zouden nemen in de wondere wereld van de popmuziek. De eerste tekenen waren Florence & the Machine en Little Boots die prijzen wonnen voor meest belovende acts. Gelukkig blijft het niet bij vrouwen die goed in het oor liggen voor de gemiddelde mainstream-luisteraar, en zijn er ook nog artiestes die werkelijk iets nieuws proberen. Eén van de artiestes in die laatste categorie is Micachu (en ja, dat is een pokémon referentie), oftewel de 21-jarige Mica Levi. Met een achtergrond in de klassieke muziek (ze studeert ‘composities’), een stuk voor het London Philharmonic en een reclame campagne voor het vaccin tegen cervixkanker op haar naam klinkt ze in ieder geval al veelbelovend. Voeg daar zelfverzonnen instrumenten, theelepeltjes en een stofzuiger aan toe en je hebt een hit, of in ieder geval de aandacht van de Engelse pers.

Zelf omschrijft ze haar muziek als pop, omdat het rondfladdert tussen verschillende stijlen zonder zich echt op één stijl vast te leggen. En het album is ook wel pop, maar dan wel een stripped-down, lo-fi, DIY versie van pop. En een experimenteel soort, gezien ook het gebruik van de stofzuiger (sorry, dat blijft hangen). Het album stond initieel op de planning voor februari, maar vanwege plotselinge interesse van het vermaarde Rough Trade label werd de release datum een maandje uitgesteld. Daardoor lag het deze maand pas in de schappen, en bleef het tegelijkertijd ook een maand langer op de stapel van menig reviewer liggen. Iets wat de aandacht rondom Micachu en haar Shapes zeker ten goede is gekomen gezien het feit dat in bijna iedere review de woorden ‘album van het jaar’ schijnen voor te komen (is dat hip dit jaar?).

Het album begint lekker uptempo en vrolijk met nummers als ‘Vulture’ (niet te verwarren met het nummer van Patrick Wolf, in wiens voorprogramma ze dit jaar nog zal verschijnen) en ‘Lips’ wat ook meteen de nieuwe single zal worden. De nummers klinken nogal ramshackle, zeg maar Los Campesinos! op losse schroeven en met de helft van de mensen die zich van minstens evenveel instrumenten lijken te bedienen. ‘Lips’, klinkt alsof het in één take is opgenomen: eerst lijkt even gezocht te worden naar de goede akkoorden, waarna de melodie pas op gang komt. Hoewel het nummer opgewekt en dansbaar klinkt, zijn de lyrics een stuk donkerder, zoals Mica meteen duidelijk maakt door een liegend iemand (een ex?) dood te wensen: “Die die die your lips have been a lie”.

Zoals het overgrote deel van de nummers op het album, is dit nummer vrij kort. Op de afsluiters van het album na, haalt geen enkel nummer de drie minuten. Het derde nummer op het album, ‘Sweetheart’, valt zelfs binnen de grens van één minuut. Te kort voor een standaard verse – chorus – verse patroon, maar wel lang genoeg om voor een volwaardig nummer door te gaan. Ook ‘Floor’ is zo’n kort nummer, over het opeens realiseren dat je nog niet over je oude liefde heen bent, en dit te compenseren met materialistische dingen: “ I think I’ve made a massive mistake/ I’ve put you away/ and exchanged you”. Dat dit niet de meest gangbare manier is om over een relatie heen te komen lijkt ze zelf ook te begrijpen: “My feelings are slightly misshaped”. Het nummer is met zijn tribal-aandoende ritme ook meteen een goed voorbeeld van de stijlen waarin Micachu rondfladdert.

De donkere en ironische lyrics komen waarschijnlijk het meest tot hun recht in het nummer ‘Just in case’ waarin de volgende frase voorbij komt “No I won’t have sex ‘cause of STDs”. En dan, aan het eind van het album, komt eindelijk de beloofde stofzuiger om de hoek kijken in het nummer ‘Tell me well’. De stofzuiger past zo goed in het nummer dat je jezelf bijna begint af te vragen waarom stofzuigers niet in de categorie ‘instrumenten’ maar ‘household appliances’ vallen.

Op het eerste gehoor klinken de nummers van ‘Jewellery’ lekker poppy: vrolijk, toegankelijk en soms zelfs dansbaar. Maar zoals vaak bij de betere popnummers blijkt het allemaal gelaagd te zijn, met donkere teksten (voor zover verstaanbaar dan, soms klinkt het allemaal iets te lo-fi) die zelden bij de vrolijkheid van de muziek schijnen te passen. Bij het vaker beluisteren van het album blijkt dat er echt is nagedacht over hoe de nummers in elkaar steken, maar wat verwacht je dan ook van een studente composities? Jammer is echter dat door de korte duur van de nummers je binnen een half uur door het hele album heen bent. Album van het jaar? Wat mij betreft niet, wel een boven gemiddeld goed en fris debuut.

7.3/10

11 November 2008

One day like this a year’d see me right

Ze waren dit jaar één van de absolute hoogtepunten op Lowlands. De hele Grolsch-tent stond tijdens afsluiter ‘One Day Like This’ uit volle borst mee te zingen en te zwaaien met de vele uitgedeelde vlaggetjes. Behalve dit succes wist Elbow even later ook nog eens de befaamde Mercury Prize binnen te slepen met hun vierde album ‘The Seldom Seen Kid’. Reden te meer dus voor een uitgebreide tour door Nederland, die ze gisteravond in een uitverkocht Tivoli deed belanden.

De eerste persoon die deze avond het podium betreed is Guy Garvey zelf. Garvey, de zanger van Elbow, neemt de gelegenheid om het voorprogramma zelf aan te kondigen. Jesca Hoop verdient namelijk de aandacht van het publiek en dat wil hij even duidelijk maken. Jesca zelf blijkt er even later niet zoveel aan te toornen dat het publiek toch door haar hele optreden heen praat: wie wil luisteren, luistert toch wel. De singer-songwriter uit Californië begint alleen op het podium, zichzelf begeleidend op haar gitaar. Later wordt ze voor één nummer vocaal bijgestaan door door Guy Garvey zelf, wat ze zelf een hele prestatie vinden omdat ze het deze keer zonder giechelen weten te volbrengen. Het is wel duidelijk waarom ze één van de favoriete songwriters van de band is, maar het is wel echt muziek waar je voor in de stemming moet zijn. De rustige folk-georiënteerde nummers weten nou niet echt het publiek warm te stomen voor een band als Elbow, het wordt meer in slaap gesust (ware het niet dat het merendeel van het publiek het luisteren na het eerste nummer al op had gegeven).

Ondanks dat Elbow dit jaar pas echt lijkt door te breken bij het grote publiek, is de band al 18 (!) jaar bij elkaar, en dat is te merken. Er staat echt een hechte vriendengroep op het podium, en dat stralen ze, en dan vooral Guy Garvey, ook uit. Als hij dan ook een nummer aankondigt dat over het huwelijk gaat, draagt hij het op aan zijn ‘vrouw’, waarbij hij naar de bandleden om hem heen gebaard.

Ook al is de zaal tot de nok toe gevuld, je hebt het gevoel dat je er echt bij hoort en dat je iets speciaals mag aanschouwen. Guy Garvey neemt de tijd voor het publiek en wil bij bijna ieder nummer wel iets vertellen, of het nu over het nummer gaat of niet. Zo komen we er onder andere achter dat de drummer zijn rug en hand heeft geblesseerd. En wel op een heel rock ’n roll manier: respectievelijk bij het over een tafel leunen om een afstandsbediening te pakken en door een lekkende fles met warm water. Iedereen ziet hier de humor wel van in, inclusief Guy zelf. Het blijkt dan ook erg moeilijk om het volgende nummer ‘Newborn’ in te zetten (een serieus nummer dat over de dood gaat vertelt hij nog even) zonder in de lach te schieten. Met de hulp van het publiek lukt het uiteindelijk gelukkig wel.

Behalve met het vertellen van mooie verhaaltjes weet meneer Garvey het publiek ook te vermaken door te doen waarvoor iedereen is gekomen: zingen. Hij gaat er zelf helemaal in op, en brengt de nummers vaak heen en weer wiegend met gesloten ogen. Vooral nummers van het laatste album komen voorbij, maar aan oudere nummers is gelukkig ook geen gebrek. ‘Leaders of the Free World’ bijvoorbeeld, waarvan Guy Garvey aangeeft dat ze het waarschijnlijk na januari, wanneer Obama beëdigd wordt, niet meer kunnen spelen. Het is dus maar te hopen dat Obama de verwachtingen niet waarmaakt, en ze het wel gewoon kunnen blijven spelen.

De geweldige sfeer wordt nog eens onderstreept tijdens het nummer ‘Weather to Fly’. “Are we having the time of our lives?” zingt Guy Garvey waarna het publiek (na de uitleg dat dit een vraag is) volmondig toestemt. De afsluiter, en het hoogtepunt van de avond is uiteraard ‘One Day Like This’. Een enkel vlaggetje blijkt Lowlands te hebben overleefd, maar ook zonder blijft het een magisch nummer. Voordat ze echter dit nummer spelen, maakt Garvey even duidelijk dat ze wel van plan zijn een toegift te spelen. Maar alleen op één voorwaarde: het publiek moet een liedje zingen voor de band. Na enige discussie (geen religieuze of sport gerelateerde nummers ) wordt voor ‘By the Rivers of Babylon’ gekozen. En ongelooflijk als het misschien lijkt: het lukt ook nog. Even nadat Elbow het podium heeft verlaten klinkt het nummer door de zaal.

Op Lowlands was Elbow voor mij al een persoonlijk hoogtepunt. Vanavond in Tivoli gaan ze echter makkelijk over dat optreden heen. De intiemere setting zorgt voor een unieke sfeer en als hij de kans had, zou Guy Garvey iedereen persoonlijk willen bedanken voor het komen opdagen. De tekst van ‘One Day Like This’ lijkt dan ook de beste beschrijving van de avond: “One day like this a year’d see me right”.

31 October 2008

Blood Red Shoes nog lang niet klaar met Nederland!

Als er één band is die het afgelopen jaar veel te zien is geweest in Nederland is het wel Blood Red Shoes. Behalve festivals als London Calling, Pinkpop en Lowlands stonden ze ook al in menig poppodium. Van overkill is echter geen sprake, zeker getuige de uitverkochte zaal. Blood Red Shoes is gewoon zo'n band die je een keer live gezien moet hebben, en dus staat er weer een zaal gespannen op ze te wachten.

Het voorprogramma van de avond is het Britse Xcerts. Het trio zet een energiek optreden neer, maar krijgt met hun mix van emo en britpop het publiek niet echt mee: een lot dat wel meer voorprogramma's ondergaan hebben. De zanger doet erg sympathiek aan: hij bedankt het publiek keer op keer dat ze nu al zijn gekomen en lijkt het erg naar zijn zin te hebben. Het is dan ook de eerste keer dat ze op het vasteland van Europa spelen, en dat maakt schijnbaar een grote indruk op de heren. Indruk op het publiek maken ze met hun laatste nummer. Steven, de drummende helft van Blood Red Shoes, komt namelijk het podium opgelopen om hierbij een stukje mee te drummen. Het zorgt voor een vlammend einde van de korte set, dat Steven net even iets te lang rekt: hij stopt te laat met drummen, tot vermaak van de leden van Xcerts.

Het overgrote merendeel van de zaal heeft Blood Red Shoes dit jaar al gezien, de meeste waarschijnlijk zelfs meerdere keren. Aan Blood Red Shoes dus om de show toch spannend te houden en te zorgen dat iedereen een volgende keer weer terug komt. Om het interessant te houden, spelen ze al drie nieuwe nummers. De nummers zijn weinig vernieuwend en zouden zo op hun debuutalbum 'Box of Secrets' kunnen staan. Het publiek dat vanavond in Tivoli verzameld is lijkt dat niet te kunnen schelen, ze zijn de oude nummers nog lang niet moe en de nieuwe nummers worden dan ook met gejuich onthaald. Als het nog werkt, waarom zou je er dan iets aan veranderen?

In de huiskamersfeer die wordt opgewekt door twee staande lampen op het podium, wordt een set van 11 nummers afgewerkt. Laura-Mary en Steven hebben er zin in, en het publiek ook. De eerste stagedivers staan dan ook al snel op het podium. Steven wil er meer zien, de security niet, en dus is ook snel weer afgelopen met stagediven. Vooral Steven zoekt het contact met het publiek, al willigt hij een verzoekje om 'Stitch Me Back' niet in. Het duurt iets langer voor Laura-Mary ook een beetje los komt, maar deze keer is al veel vaker een glimlach op haar gezicht te zien dan toen ik ze zag in Doornroosje eerder dit jaar.

Een reden waarom Laura-Mary zich een beetje inhoudt, lijkt een verkoudheid te zijn. Tussen de nummers door loopt ze een beetje te hoesten. Het is echter niet terug te horen in de nummers. Zeker tijdens afsluiter 'ADHD' weet ze het publiek ervan te overtuigen dat er niet mis is met haar stem. 'I can't concentrate on anything at all!' schreeuwt ze de dan kolkende zaal toe, waar stagedivers inmiddels ook weer hun kans grijpen.

Voordat 'ADHD' als tweede encore wordt gespeeld, weet Blood Red Shoes nog te verrassen door een instrumentenwissel: Laura-Mary neemt plaats achter de drums en Steven laat zien dat hij ook gitaar kan spelen. Oké, hij is geen Jack White om het cliché maar meteen uit de kast te halen, maar het klinkt wel goed. En ook heel anders dan de rest van de nummers van het duo.

En dan komt er toch weer een einde aan het optreden van Blood Red Shoes. Zonder veel variatie en vernieuwends in de nummers zelf weten ze toch de aandacht van het publiek erbij te houden en toveren ze iedere zaal om in een kolkende, feestende mensenmassa. Blood Red Shoes is nog lang niet klaar met Nederland!

28 October 2008

The Pigeon Detectives op herhaling

Eerder dit jaar stonden ze al in een uitverkochte Melkweg en op Lowlands; vandaag en morgen zijn ze weer in ons land. In Utrecht vindt de start van de Europese tour van de Pigeon Detectives plaats, en je krijgt wat je van ze verwacht: de halve zaal staat op z'n kop en de slipjes en crowdsurfers vliegen door de lucht. De show heeft alleen wel erg veel weg van die in de Melkweg eerder dit jaar.

Het gebeurt niet vaak dat ik uitkijk naar het voorprogramma, maar vandaag is dat toch echt het geval. De band die vanavond mag openen komt namelijk, net zoals ik, uit Nijmegen. Nou ben ik normaal gesproken niet zo van het hele 'Support your local scene' gebeuren, maar over deze band heb ik zoveel positieve dingen gehoord dat ik het niet langer kan uitstellen ze een keer live te zien. De band waar ik het hier over heb is de Staat. Ze kregen het al voor elkaar om zonder een album, laat staan een EP of single, uitgebracht te hebben, het voorprogramma van dEUS in Engeland te mogen verzorgen (schijnbaar door het uitdelen van een button aan Tom Barman op Lowlands). Je hoort dan ook van alle kanten dat deze band wel eens heel groot zou kunnen worden. Na vanavond moet ik zeker beamen dat ze de potentie hebben. De donkere gitaargeoriënteerde rock van de Staat past beter bij dEUS dan bij the Pigeon Detectives, maar frontman Torre Florim weet met een overtuigend optreden toch het publiek voor zich te winnen. Op het laatste nummer van de set 'Wait for Evolution' wordt zelfs gedanst.

Maar daar komt het publiek vanavond niet voor, iedereen wil Pigeon Detectives (om maar eens even een songtitel te misbruiken). Het tweede album van de jongens 'Emergency', dat eerder dit jaar uitkwam, werd niet zo goed ontvangen als hun debuutalbum. Dat, en het feit dat dit jaar al eerder te zien waren in Nederland en nog in de Melkweg zullen spelen, heeft ervoor gezorgd dat ze zaal niet uitverkocht is. Op de voorste rijen is daar echter weinig van te merken: vanaf het eerste nummer gaat het publiek los en komt het niet meer stil te staan voordat zanger Matt Bowman dat ook doet (en dat doet hij niet vaak). Matt maakt er echte show van: het merendeel van de flesjes water belandt over het publiek, en de microfoon ziet alle kanten van het podium. Nu ¡Forward,Russia! gestopt is, is Matt waarschijnlijk kampioen in het microfoon gooien, al weet hij wel een paar keer te missen.

Dit trucje, en de hele stage performance van Matt lijkt jammer genoeg wel een routine te zijn geworden. Alles lijkt een exacte kopie te zijn van wat ze eerder dit jaar in de Melkweg deden, en er blijft weinig ruimte over voor spontaniteit. Gezien het enthousiasme van het publiek werkt dit trucje nu nog, maar hoe lang duurt het voor het echt gaat vervelen?

Nadat er bijna een uur voorbij is gegaan, verklaart zanger Matt dat ze nog nooit zo lang hebben gespeeld. Toegegeven, een setlist van wel 21 nummers is behoorlijk indrukwekkend; het afwerken van die lijst in iets meer dan een uur wat minder. Maar dat is misschien ook wel de kracht van Pigeon Detectives: korte, maar energieke en catchy nummers. Met deze setlist zal iedereen zijn of haar favoriete nummer wel voorbij hebben horen komen. Hoogtepunten blijven de nummers ‘Take Her Back’ en ‘I Found Out’ van het album ‘Wait For Me’, die massaal worden meegezongen en waarop menig crowdsurfer zijn/haar kans waagt.

The Pigeon Detectives doen wat je van ze verwacht: ze maken er een feestje van, de vraag is alleen hoe vaak je ditzelfde feestje kunt herhalen voor de feestvreugde voorbij is.

21 October 2008

Franse invasie in Nijmegen

M83 is een naam die je misschien niet veel zegt. Daar zal de komende tijd echter verandering in gaan komen. Behalve met het geweldige album 'Saturdays = Youth', hebben ze zichzelf namelijk ook in de schijnwerpers weten te zetten door het voorprogramma van Kings Of Leon te mogen verzorgen tijdens de komende tour in december. Het zal echter moeilijk zijn geweest om een band te vinden die een groter contrast vormt met Kings Of Leon dan de Franse band die toch voornamelijk electronica/shoegaze muziek maakt. Het zal in deze dan ook vooral de kwaliteit zijn de doorslag heeft gegeven.

De avond wordt geopend door het Belgische Yuko. De 4-koppige band speelt een soort rustige, herfstachtige muziek waar een frisse bries door waait die vanavond nog meer tot leven wordt geroepen door de airco die dankzij de nogal lege zaal goed te voelen is. Het draagt echter alleen maar bij aan het gevoel dat de muziek teweeg brengt. Wat betreft de muziek die ze maken zijn ze zeker niet uniek, de manier waarop weet echter wel de aandacht te trekken. Een keur aan 'instrumenten' passeert de revue. Wat te denken van een zaag, een koffiemolen of een stuk piepschuim? 'Do It Yourself' krijgt een bij de Belgen een hele nieuwe betekenis. Al met al laat de band een goede indruk achter, en is zeker het beluisteren nog eens waard.

Na de Belgische band, een band die nog iets verder uit het zuiden komt: M83. Nou ja, band, officieel bestaat M83 alleen uit Anthony Gonzalez, maar live wordt hij bijgestaan door een zangeres/toetseniste, gitarist en drummer. Zelf staat hij achter de knoppen (of in zijn geval een soort van doorzichtige 'Black Box'), zingt en speelt een akkoordje mee op gitaar. M83 heeft alweer 5 albums op zijn naam staan waarvan de laatste, 'Saturdays = Youth', eerder dit jaar uitkwam. Genoeg materiaal dus een avond mee te vullen.

Veel nummers die Anthony en consorten ten gehore brengen zijn afkomstig van het laatste album, zo komen de singles 'Kim & Jessie' en 'Graveyard Girl' voorbij. De oudere albums worden echter niet vergeten en komen ook voorbij. Ik moet hierbij jammer genoeg bekennen dat ik eigenlijk alleen het laatste album echt ken, dus bekend klinkt het voor mij niet. Overtuigend echter wel.

Behalve variatie in de verschillende albums, wordt ook gewisseld in het tempo. Rustige nummers waarbij je het liefst met je ogen dicht zou willen gaan staan wegdromen worden afgewisseld met dansbare up-tempo nummers die live wel iets weg lijken te hebben van een band als Cut Copy. Een voorbeeld daarvan is het nummer 'Couleurs' dat live tot grote hoogten stijgt. Dat hebben veel nummers in deze set: net dat beetje extra waardoor ze live beter tot hun recht komen dan op de plaat. Hoogtepunt wat dat betreft is het nummer 'Skin of the Night'. Het is weer een van de rustigere nummers, en duidelijk een van de favorieten van het publiek.

Als je Anthony iets zou moeten verwijten is het misschien dat hij vrij weinig contact maakt met het publiek. Maar dat is eigenlijk ook niet nodig: hij maakt contact door middel van zijn muziek. Toch weet hij het gebrek aan direct contact aan het einde van het concert goed te maken door het publiek met vele buigingen oprecht te bedanken voor haar aanwezigheid en enthousiasme. Wie durft hierna nog te beweren dat electronica kil is? En nu maar hopen dat ze snel weer terug naar Nederland komen, hopelijk samen met Kings of Leon.

3 October 2008

Haal je glowsticks maar weer tevoorschijn: Klaxons zijn terug!

Ze zijn er even tussenuit geweest om aan hun nieuwe album te werken, maar gisteren stonden de mannen van Klaxons voor het eerst sinds lange tijd weer in Nederland op het podium. Na het succes van hun debuutalbum ‘Myths of the Near Future’ en het bijna legendarische concert dat ze eerder in Paradiso gaven zijn de verwachtingen erg hooggespannen. Jammergenoeg weet niet de band, maar de zaal voor het grootste avontuur van de avond te zorgen.

Klaxons speelt namelijk in Watt, het nieuwe poppodium in Rotterdam. In korte tijd heeft Watt zich al op de kaart weten te zetten door behalve Klaxons ook grote namen als Franz Ferdinand, Elbow, en nu ook London Calling on Tour binnen te halen. Erg indrukwekkend allemaal, maar helaas valt de zaal in het echt wel wat tegen. Het begint al bij het binnen komen. Bij Watt geldt een leeftijdsgrens, je moet 18 zijn om binnen te komen. Als je jonger bent, mag je alleen onder begeleiding van een ouder iemand naar binnen, wat er weer toe leidt dat toch iedereen naar binnen mag. De controle lijkt alleen voor wat oponthoud bij de deur te leiden. Eenmaal voorbij de leeftijdscontrole, kom je bij de volgende controle aan: tassencontrole. En als je dat al een beetje ver vindt gaan staat je nog wat te wachten als je daarna ook nog eens gefouilleerd wordt. Het enige voordeel van al deze controles lijkt te zijn dat iedereen zo langzaam naar binnen druppelt dat er geen rij bij de garderobe ontstaat. Bij Klaxons is het aantal mensen dat op deze manier naar probeert te komen nog vrij beperkt aangezien de band in de Basement speelt. Toch duurt het een uur voor iedereen daadwerkelijk in de zaal staat; dat belooft wat voor Franz Ferdinand eind november.

Uiteindelijk staat iedereen dan toch in de Basement (wat ook echt een kelder blijkt te zijn inclusief steile trap en verwarmingsbuizen in het plafond) en kunnen Klaxons eindelijk beginnen. Verschillende mensen staan al met hun glowsticks in de aanslag, maar het aantal blijft deze keer zeer bescheiden. Zodra de mannen van Klaxons beginnen te spelen ontploft het voorste gedeelte van de zaal. De tweedeling waarbij alleen het voorste deel van de zaal helemaal los gaat blijft voor de rest van de show gehandhaafd. Af en toe vliegt er een glowstick door de lucht, maar de regen van neon van het Paradiso concert lijkt een mythe van het verleden te worden.

Het concert werd aangekondigd als een try-out voor het nieuwe materiaal van het album dat in 2009 uit zou moeten komen. Het nieuwe album zou een heel nieuw geluid ten tonele brengen, Klaxons zou willen breken met de sound van het vorige album. De set bevat slechts twee van deze nieuwe nummers, die toch erg in lijn lijken te liggen met de nummers van ‘Myths of the Near Future’. Er zijn na het debuutalbum bijna 2 jaar voorbij gegaan, dus er is wel enige vorm van ontwikkeling te horen in de nummers, maar of die ontwikkeling in de goede richting gaat is maar de vraag. De nummers klinken net iets gemakkelijker en meer mainstream dan de nummers van de debuutplaat: de neonglowstickglans lijkt ervan af. Gelukkig voor Klaxons was het grootste deel van het publiek ook over de glowsticks heen.

De rest van de set bestaat uit de hits van het vorige album, en dat staat natuurlijk gegarandeerd voor een feestje. Als de gierende synths van ‘Atlantis to Interzone’ al bij het tweede nummer inzetten weet je dat je voor in de zaal geen moment meer stil zal kunnen staan. Alle nummers komen voorbij: bij ‘Golden Skans’ wordt voluit meegezongen en ‘Magick’ en ‘Gravity’s Rainbow’ kunnen ook op het nodige enthousiasme rekenen.

Omdat ze gewoonweg een aantal instant hits op zak hebben weten Klaxons er een geslaagde avond van te maken. Het is echter nog maar de vraag of ze de aandacht die ze met hun eerste album hebben kunnen vergaren zonder de hype ook vast zullen kunnen houden.

2 October 2008

Golden Age for TV on the Radio aangebroken?

Het gebeurt niet vaak, maar soms komt er een album uit dat werkelijk overal goede kritieken krijgt. Een van die albums is het vorige week uitgekomen ‘Dear Science’ van TV on the Radio, een 5-koppige band uit New York. Met zo’n geweldig album op zak moet er natuurlijk getourd worden, en ze staan dan ook op 3 december in de Melkweg. Maar om hun nieuwe album nu al wat extra in de schijnwerpers te zetten, speelden ze gisteren een exclusieve show voor 3voor12.

En dan kun je natuurlijk niet verstek laten gaan. ‘Dear Science’ wordt in vrijwel elke review de hemel in geprezen, en zelfs de woorden ‘album van het jaar’ worden al zachtjes gefluisterd. Het album is het derde album van de band uit Brooklyn. Hun muziek laat zich misschien nog het beste omschrijven als experimentele funky indie rock. De vorige twee albums konden ook al op de nodige goede kritieken rekenen, maar waren net wat donkerder en minder toegankelijk dan hun laatste meesterwerk. Reden te meer voor 3voor12 om een exclusieve showcase te organiseren voor de Nederlandse fans. De populariteit van de band, die deze week ook te gast is bij Jools Holland, blijkt wel wanneer de gastenlijst binnen luttele minuten helemaal vol is.

En dan heb je als band natuurlijk wel veel te bewijzen. Een beetje schuchter lopen de bandleden dan ook het podium van de kleine studio op. Zodra het eerste nummer ‘Love Dog’ wordt ingezet, staat de band echter als een huis. Vooral tijdens het einde van dit nummer, als het werkelijk muisstil is in de zaal, blijkt hoe de band de hele zaal kan meezuigen in hun spel.

De band werkt een gevarieerde set af, met opvallend weinig nummers van het nieuwe album. Vooral de up tempo nummers komen live goed uit de verf. Zanger Tunde Adebimpe, die toch al moeilijk stil blijkt te kunnen blijven staan, beweegt bij deze nummers op zijn eigenzinnige manier over het podium.

Een van de hoogtepunten van de set is het nummer ‘Dancing Choose’, een van de meest aanstekelijke nummers op het album. Met de potentie om dagen in je hoofd te blijven hangen steekt dit nummer van wal met een makkelijk meeklapbaar intro dat live nog niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien is het nummer nog niet bekend genoeg, of zorgen de alom aanwezige camera’s ervoor dat het publiek zich een beetje in houdt, maar ik had het gevoel dat er zeker bij dit nummer vooral wat betreft het publiek meer in had gezeten.
Tunde valt het halverwege het concert ook op dat het publiek wel erg keurig en stil is, een verwijt dat misschien wel terecht is, maar vooral als compliment voor de band op te vatten is. Wanneer lukt het een band nu nog gedurende het gehele concert de volledige aandacht van het publiek vast te houden?

De presentator van 3voor12 geeft voorafgaande aan het concert misschien wel beste de status van de band weer door te zeggen dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat je TV on the Radio in een kleine zaal zult zien. Na afloop van het concert kan ik dit alleen maar beamen.

27 August 2008

‘Hearts on fire’ voor Cut Copy

Met Lowlands achter de rug is er weer een einde gekomen aan het festivalseizoen: het clubseizoen kan weer beginnen! De echte grote namen laten nog even op zich wachten, maar goede muziek is altijd te vinden. Een voorbeeld daarvan is Cut Copy, een trio afkomstig uit Melbourne, Australië. Met hun alternatieve dance/electropop maken ze vanavond hun opwachting in een uitverkocht Rotown.

Eerder dit jaar speelden ze al in een bijna uitgestorven Paradiso. Hun nieuwe album ‘In Ghost Colours’, dat overal heel goed werd ontvangen, heeft hier vanavond echter verandering in weten te brengen: de zaal is helemaal uitverkocht. Nu is Rotown ook niet erg groot, maar er staat buiten toch al een rij voor de deuren opengaan. Voor mij is het de eerste keer dat ik in deze zaal kom, en ik moet zeggen dat ik aangenaam verrast ben. Het ziet er zowaar licht en gezellig uit, in tegenstelling tot het donkere hol wat de gemiddelde concertzaal is.

Zodra Cut Copy begint te spelen is de omgeving echter totaal niet meer belangrijk. Ze knallen er meteen in met ‘Nobody Lost, Nobody Found’ van hun laatste album en weten daarmee al een paar mensen in beweging te krijgen. Het geluid klinkt jammergenoeg een beetje schraal, vooral de gitaren, maar dat deert de Aussies niet. Waar de geluidsinstallatie faalt, geven de drie heren (live overigens bijgestaan door een vierde persoon) ter compensatie wat meer van zichzelf. Tussen de nummers door wordt het publiek opgezweept mee te dansen op de muziek, maar of dat nodig is is nog maar de vraag aangezien het iedereen de nummers van achter naar voren uit zijn/haar hoofd lijkt te kennen.

De muziek danst heerlijk weg, maar natuurlijk hebben de heren ook een aantal singles in de kast liggen die het feestgedruis naar een nog hoger niveau tillen. ‘So Haunted’ komt als eerste aan de beurt, en ook al word je bij dit nummer nog eens extra aan het wat matige gitaargeluid herinnerd, het blijft een van de hoogtepunten. Ter afwisseling speelt zanger Dan Whitford op dit nummer mee op gitaar. Dat doet de zanger overigens goed: hij blijft niet de hele tijd achter z’n knoppen staan, maar loopt geregeld over het podium en lijkt zelf ook niet stil te kunnen blijven op de muziek.

Hoe verder de setlist vordert, hoe minder mensen in staat blijken stil te blijven staan. Het publiek verandert echt in een dansende massa als Cut Copy aankondigt ‘dance music’ te gaan spelen en een nummer van het eerste album ‘Bright Like Neon Love’ inzet. Snel genoeg volgt ook publiekslieveling ‘Lights and Music’ en kan het feestje echt niet meer stuk. Ze weten zelfs nog te verbazen met een geweldige live versie van ‘Future’, een nummer van het eerste album dat op plaat aardig klinkt maar live dankzij een geweldige baslijn wordt uitgebouwd tot een waar juweeltje.

Na een klein uurtje dat werkelijk voorbij is gevlogen verlaten de heren het podium, om snel alweer terug te keren om de set waardig af te sluiten met hun huidige single ‘Hearts on Fire’. Als Dan het nummer inzet met de woorden ‘There’s something in the air tonight’ weet je dat hij gelijk heeft. Iedereen grijpt de laatste kans aan om nog even los te gaan en dan is het avondje Cut Copy echt voorbij. Lege zalen zullen ze in Nederland niet meer tegenkomen.

4 July 2008

Xavier Rudd brengt de zomer naar je toe!

Didgeridoos, gitaren, drums, djembés, mondharmonica en natuurlijk zang. Als je denkt dat ik hier een hele band beschrijf heb je het mis. Al deze instrumenten, en nog enkele meer, worden namelijk allemaal door 1 en dezelfde man bespeelt, en ook nog eens tegelijkertijd. Zo ongelooflijk als dit klinkt, is het live ook. Xavier Rudd weet Tivoli op de meest positieve manier te verrassen.

Het voorprogramma wordt verzorgd door Dearhunter. Omdat dit niet aangekondigd was, is de zaal al behoorlijk gevuld als hij opkomt, ook tot zijn eigen verrassing. Dearhunter maakt makkelijk in het gehoor liggende popliedjes, waarbij hij zichzelf begeleidt op gitaar en keyboard. Misschien zijn de nummers net iets te makkelijk, want de aandacht van het publiek weet hij, op een enkeling na, niet vast te houden. Wel weet hij nog te vertellen dat zijn eerste album in september uit zal komen.

Dan is het tijd voor de man van de avond. Gekleed alsof hij recht uit de outback komt, loopt Xavier Rudd op blote voeten het podium op. Voor hij plaats neemt achter zijn stellage van instrumenten loopt hij even langs het publiek zodat iedereen hem toch een keer goed heeft kunnen zien. Als hij dan eenmaal plaats heeft genomen, kan het feest ook beginnen. Het eerste nummer is meteen raak: didgeridoomuziek die je bijna dance zou kunnen noemen. Als je de muziek hoort vraag je je echt af hoe hij het in hemelsnaam voor elkaar krijgt om toch met gewoon 2 armen en 2 benen al dat geluid te bewerkstelligen.

Na het openingsnummer maken we even een uitstapje van de outback van Australië naar Jamaica. Reggae is namelijk een genre dat Xavier Rudd ook beheerst. Behalve reggae invloeden, zijn er ook blues/rock invloeden terug te vinden in zijn muziek, die zich vooral uiten tijdens de nummers waarin hij zijn slide guitar erbij pakt (wat kan deze man niet?). Voor ieder wat wils dus.

Omdat hij inmiddels toch wel erg veel instrumenten om zich heen heeft verzameld, wordt hij begeleid door een drummer. Hoewel de avond om Xavier Rudd draait, krijgt deze drummer ook zijn moment tijdens een drumsolo waarin hij de aandacht krijgt die hij verdient. De twee lijken elkaar perfect aan te voelen en hebben aan één blik genoeg om duidelijk te maken welke kant ze op willen met een nummer. Veel van de nummers eindigen dan ook met een tempoversnelling waar beide heren helemaal in op gaan en de zaal op uit zijn dak kan gaan.

Iedereen die aanwezig is in Tivoli lijkt te genieten van het geweldige optreden, Xavier Rudd zelf misschien nog wel het meest. Bij ieder nummer is de reactie van het publiek weer overweldigend en als hij even niet zingt, didgeridoo of mondharmonica speelt is de lach dan ook niet van zijn gezicht te krijgen. Een toegift kan dan natuurlijk niet uitblijven, en dan wil je ook iets speciaals doen. Zonder zijn arsenaal aan instrumenten, met ‘slechts’ zijn gitaar, begint Xavier aan zijn toegift. Ook zonder alle poespas weet Xavier zijn nummers neer te zetten. De afsluiter van de set moet een nummer worden waar nog een banjospeler bij wordt gehaald, een instrument dat we nog niet hadden gezien. Ook hier geeft Xavier even de spotlight aan een ander, wat weer volkomen terecht blijkt te zijn. Verschillende keren lijken ze aan het einde van het nummer te zijn gekomen, maar iedere keer komt er weer een tempoversnelling en gaat nummer, gelukkig, weer verder. Als er dan uiteindelijk toch een einde aan komt, heeft Xavier nog een plannetje. De drummer is al bijna weggelopen, maar wordt nog overgehaald om even te blijven zitten. Als dan even later de akkoorden van ‘Let it be’ worden ingezet, kan de avond echt niet meer stuk. Nog even lekker allemaal meezingen met de vriendelijke Aussie, van wie je na dit optreden wel moet gaan houden.

Ter afsluiting wordt het publiek na dit nummer nog op traditionele wijze bedankt door de zanger en met een geweldig applaus verlaat hij na anderhalf uur toch echt het podium.

Xavier Rudd weet met zijn geweldige spel en verrassende muziek de harten van iedereen in Tivoli te veroveren en de hele zaal waant zich voor even in het zonnige Australië. Nu kan de zomer echt gaan beginnen!